ECLI:NL:RBDHA:2025:13783
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen ambtshalve oordeel over niet-ontvankelijk verklaard bezwaarschrift Wht
Eiser diende een aanvraag in voor overneming van schulden op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), welke op 19 oktober 2022 werd afgewezen door verweerder. Op 20 maart 2024 diende eiser een processtuk in met het opschrift 'voorlopig bezwaarschrift c.q. verzoek tot herziening'. Verweerder verklaarde dit bezwaar op 16 juli 2024 niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn, maar ging ambtshalve toch in op de inhoudelijke gronden.
Eiser maakte vervolgens bezwaar tegen dit besluit van 16 juli 2024, maar verweerder gaf aan dat hiertegen geen bezwaar mogelijk was omdat het een besluit op bezwaar betrof. Eiser stelde beroep in tegen deze reactie. De rechtbank behandelde het beroep op 4 juni 2025 waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
De rechtbank oordeelde dat het stuk van 20 maart 2024 geen herzieningsverzoek bevatte, maar slechts een bezwaarschrift. De inhoudelijke beoordeling door verweerder moest worden opgevat als afwijzing van het bezwaarschrift, niet van een herzieningsverzoek. Daarom was het bezwaar tegen het ambtshalve oordeel niet ontvankelijk en kon het beroep niet worden toegewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek tot terugbetaling van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter E.K.S. Mollen op 2 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een herzieningsverzoek in het bezwaarschrift.