ECLI:NL:RBDHA:2025:13784
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overneming private schuld op grond van Wet hersteloperatie toeslagen
Eiser, als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire, verzocht om overneming van een schuld van €21.655,- aan een meubelbedrijf uit mei 2019. De minister van Financiën wees dit verzoek af omdat niet kon worden vastgesteld dat de schuld binnen de referteperiode van 1 januari 2006 tot 1 juni 2021 was opgeëist.
De rechtbank oordeelde dat uit de aangeleverde stukken, waaronder een brief van het meubelbedrijf, niet aannemelijk werd dat de schuld daadwerkelijk was opgeëist. De brief vermeldde een afleverdatum die niet strookte met de verklaring van eiser en maakte melding van het terughalen van meubels op grond van eigendomsvoorbehoud, maar niet van het opeisen van het geldbedrag.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiser voldoende gelegenheid had gehad om bewijs aan te leveren en dat verweerder de beschikbare stukken had verstrekt. Er was geen aanwijzing dat het beslistraject ontregeld was door verweerder. Daarom was het beroep ongegrond en bleef het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de overneming van de schuld blijft in stand.