ECLI:NL:RBDHA:2025:13791
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Mauritaanse nationaliteit wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende vervolgingsrisico
Eiser, een Mauritaanse man, diende een opvolgende asielaanvraag in na deelname aan een manifestatie in Mauritanië en ervaren discriminatie vanwege zijn huidskleur. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat de verklaringen over de manifestatie en de wijze van vertrek uit Mauritanië ongeloofwaardig waren en de discriminatie niet ernstig genoeg was voor vluchtelingenstatus.
De rechtbank behandelde het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op zitting. Het deskundigenadvies van MediFirst, dat eiser in staat achtte om data bij benadering te noemen, werd als zorgvuldig en inhoudelijk inzichtelijk beoordeeld. Eiser slaagde er niet in dit advies te weerleggen met een contra-expertise.
De rechtbank vond de inconsistenties in eisers verklaringen over de manifestatie en zijn verblijf na die manifestatie voldoende reden om de geloofwaardigheid te verwerpen. Ook was het ongerijmd dat eiser Mauritanië legaal kon verlaten terwijl hij door politie werd gezocht. De ervaren discriminatie was niet zodanig ernstig dat deze leidde tot vervolging of onmenselijke behandeling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.