ECLI:NL:RBDHA:2025:13807
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag Somalische vreemdeling wegens ontbreken nieuwe relevante elementen
Eiser, een Somalische nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 19 april 2025 een opvolgende aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen nieuwe en relevante elementen waren die de eerdere afwijzing konden beïnvloeden.
Eiser voerde aan dat de datum van indiening onjuist was vastgesteld en dat hij nieuwe documenten, waaronder een geboorteakte, had overgelegd die relevant zouden zijn voor zijn identiteit en asielmotief. De rechtbank oordeelde echter dat de geboorteakte in werkelijkheid een consulaire verklaring betrof zonder pasfoto en onvoldoende bewijs leverde voor identiteit. Ook andere documenten en het ambtsbericht over Somalië werden niet als relevant beschouwd omdat zij geen concrete veranderingen in de persoonlijke situatie van eiser aantoonden.
De rechtbank bevestigde dat het eerdere besluit rechtsgeldig is en dat geen nieuwe asielmotieven waren aangevoerd. Het verzoek om heroverweging werd eveneens afgewezen. De datum van indiening werd gecorrigeerd naar 19 april 2025, maar dit had geen invloed op de uitkomst. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af wegens ontbreken van nieuwe en relevante elementen.