Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. W. Vrooman).
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 2 juli 2025 aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, vanwege een concrete Dublinoverdracht aan Spanje en het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken. Eiser voerde onder meer aan dat de maatregel onjuist was opgemaakt en dat een lichter middel had moeten worden toegepast.
De rechtbank oordeelde dat de kennelijke schrijffouten in de maatregel niet tot schending van de belangen van eiser leidden, aangezien duidelijk was dat overdracht aan Spanje en niet Frankrijk aan de orde was. Ook was het duidelijk dat de diplomatieke vertegenwoordiging van Marokko bedoeld werd, gezien de nationaliteit van eiser.
Verder stelde de rechtbank vast dat de minister terecht geen lichter middel toepaste, omdat eiser niet meewerkte aan zijn overdracht aan Spanje en geen aantoonbare inspanningen verrichtte om naar een ander land te vertrekken. De maatregel was daarom niet onrechtmatig.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter S.G.M. van Veen en griffier P. Bruins op 18 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.