ECLI:NL:RBDHA:2025:13838
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Y. Yeniay - Cenik
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenzaak vanwege nieuw medisch advies
Verzoeker heeft een aanvraag voor uitstel van vertrek ingediend op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, welke door de minister is afgewezen. Na bezwaar en een bestreden besluit bleef de minister bij zijn standpunt. Verzoeker stelde beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat hij de behandeling van het beroep in Nederland kan afwachten.
De behandeling van het beroep werd aangehouden op verzoek van de minister, die nieuw medisch advies (BMA-advies) liet opstellen. De minister stelde zich niet te verzetten tegen de voorlopige voorziening dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van de Awb onverwijlde spoed en belangenafweging een voorlopige voorziening rechtvaardigen. Gezien het ontbreken van verzet van de minister en de nieuwe medische informatie, werd het verzoek toegewezen. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €907 aan verzoeker. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Verzoeker mag de behandeling van het beroep in Nederland afwachten en wordt niet uitgezet totdat op het beroep is beslist.