Uitspraak
Rechtbank den haag
1.[eiser 1] te [woonplaats 1] ,
[eiser 2]te [woonplaats 1] ,
[eiser 3]te [woonplaats 1] ,
1.[gedaagde 1] te [woonplaats 2] ,
[gedaagde 2]te [woonplaats 2] ,
Rechtbank Den Haag
Eisers, broers en eigenaren van agrarische percelen, vorderen in kort geding onbelemmerd gebruik van een erfdienstbaarheid die hen toegang geeft tot de openbare weg. Gedaagden, eigenaren van het dienende erf, willen het gebruik beperken tot uitsluitend agrarisch verkeer en privégebruik van de weg verbieden.
De rechtbank stelt vast dat de kern van het geschil de uitleg van de erfdienstbaarheid betreft en dat deze principiële discussie niet in kort geding kan worden beslecht. Ook het verjaringsvraagstuk vergt nader onderzoek in een bodemprocedure.
De voorzieningenrechter weegt de belangen af en oordeelt dat eisers een spoedeisend belang hebben bij voortzetting van het huidige gebruik, mede omdat zij anders feitelijk ingesloten raken. Gedaagden hebben geen spoedeisend belang bij onmiddellijke blokkering van de toegang. Daarom wordt eisers voorlopig toegestaan de weg te blijven gebruiken, ook met privévoertuigen, onder de voorwaarde van voorzichtigheid.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. De vordering van gedaagden in reconventie wordt afgewezen. Gedaagden worden veroordeeld tot het verlenen van toegang en tot betaling van een dwangsom en proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Eisers mogen de erfdienstbaarheid voorlopig onbelemmerd gebruiken met privévoertuigen totdat de bodemrechter beslist.