ECLI:NL:RBDHA:2025:13853
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening Spanje
Eiser, met de Guinese nationaliteit, heeft op 9 oktober 2024 asiel aangevraagd in Nederland nadat hij illegaal via Spanje de EU was binnengekomen. De minister van Asiel en Migratie heeft de aanvraag niet in behandeling genomen omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Nederland heeft Spanje verzocht de asielaanvraag over te nemen, wat Spanje heeft geaccepteerd.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast kan worden vanwege tekortkomingen in de Spaanse asielprocedure, zoals beschreven in het AIDA-rapport van mei 2024 en een nieuw rapport van april 2025. Hij stelde dat terugkeer naar Spanje zou leiden tot een reëel risico op onmenselijke of vernederende behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest.
De rechtbank volgt dit betoog niet en bevestigt dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, zoals ook bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in een eerdere uitspraak van 24 juni 2024. Het tijdsverloop zonder verbetering in Spanje leidt niet tot schending van dit beginsel. Daarom is het beroep ongegrond en kan eiser worden overgedragen aan Spanje.
Omdat het beroep ongegrond is verklaard, wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.