ECLI:NL:RBDHA:2025:13886
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel wegens Dublin-verantwoordelijkheid
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek volgens het Dublin-verdrag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tegelijkertijd om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde beide zaken gelijktijdig op zitting, waarbij verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en tolk, en de minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig was en daarom werd het verzoek daartoe afgewezen. Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 907,00 op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.G.D. Overmars en is openbaar gemaakt op 29 juli 2025. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 907,00.