Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 10 januari 2025 waarin een beslistermijn werd gesteld. Ondanks deze termijn heeft de minister geen besluit genomen, noch schriftelijk meegedeeld dat nader onderzoek nodig is.
De rechtbank overweegt dat het beroep ontvankelijk is, ook zonder ingebrekestelling, vanwege de uitdrukkelijke termijn in de eerdere uitspraak. De minister heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk is wanneer een besluit wordt genomen. De rechtbank legt daarom een termijn van twee weken op waarbinnen de minister alsnog moet beslissen.
Daarnaast wordt een dwangsom van €250 per dag opgelegd voor iedere dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €37.500. De eerder verbeurde bestuurlijke dwangsom wordt niet opnieuw vastgesteld. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €453,50 en het griffierecht van €194.
De uitspraak is gedaan door rechter O. Veldman op 16 juli 2025 en is in het openbaar bekendgemaakt.