ECLI:NL:RBDHA:2025:13964
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag wegens onvoldoende sociale en economische binding met land van herkomst
Eiseres heeft een visumaanvraag voor kort verblijf ingediend om haar oom in Nederland te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees deze aanvraag af wegens onvoldoende sociale en economische binding met Nepal, waardoor tijdige terugkeer niet gewaarborgd zou zijn. Eiseres stelde dat zij in de laatste fase van haar opleiding zit en dat familieleden van de referent altijd tijdig terugkeerden.
De rechtbank oordeelde dat de minister een ruime beoordelingsmarge heeft en dat de afwijzingsgronden van de Visumcode afzonderlijk voldoende zijn. De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende objectief bewijs had geleverd om de twijfel over haar terugkeer weg te nemen, mede omdat de overgelegde stukken niet gelegaliseerd waren.
Verder werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het horen van eiseres of haar referent geen andere uitkomst zou hebben gehad. Ook was er geen ruimte voor een belangenafweging vanwege de dwingende bepalingen in de Visumcode. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende sociale en economische binding met het land van herkomst.