Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, met producties.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser is sinds 2010 actief in de natuursteenhandel en is sinds 2015 betrokken bij een samenwerking met een andere partij, waarbij leningen van ruim €75 miljoen zijn verstrekt. Tegen eiser loopt een strafrechtelijk onderzoek wegens verdenking van verduistering en witwassen van gelden van deze partij.
De andere partij, als vermeend slachtoffer, heeft verzocht om inzage in het strafdossier om zijn belangen te kunnen behartigen, onder meer voor civielrechtelijke verhaalvorderingen. Eiser vordert in kort geding dat de Staat wordt verboden het dossier aan deze partij te verstrekken, omdat hij stelt dat deze partij geen slachtoffer is, onvoldoende belang heeft, en dat verstrekking het recht op een eerlijk proces schaadt.
De rechtbank oordeelt dat de andere partij wel als slachtoffer moet worden beschouwd, omdat de verdenkingen tegen eiser betrekking hebben op verduistering van diens gelden. De verstrekking van processtukken is gebaseerd op artikel 51b Sv, dat een ruimere grondslag biedt dan eerdere bepalingen. De belangenafweging leidt tot de conclusie dat verstrekking niet onrechtmatig is, ook niet voorafgaand aan dagvaarding.
De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten. De beslissing bevestigt dat slachtoffers recht hebben op inzage in processtukken die voor hen van belang zijn, ook in een vroeg stadium van het strafproces.
Uitkomst: De vordering van eiser om verstrekking van het strafdossier aan het slachtoffer te verbieden wordt afgewezen.