ECLI:NL:RBDHA:2025:13983
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak wegens ongegrond beroep
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor verblijf bij haar echtgenoot, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf en geen vrijstelling van het mvv-vereiste.
Na bezwaar is het besluit van de minister gehandhaafd. Verzoekster stelde vervolgens een voorlopige voorziening voor het beroep in, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een voorlopige voorziening niet nodig is en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep ongegrond is verklaard.