ECLI:NL:RBDHA:2025:13984

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 juli 2025
Publicatiedatum
29 juli 2025
Zaaknummer
NL24.5325
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag

Verzoeker stelde beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 11 juli 2022. Verweerder had de asielaanvraag echter al op 4 oktober 2023 ingewilligd. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.

De rechtbank overwoog dat verzoeker geen procesbelang had omdat het besluit al genomen was. Verzoeker stelde dat hij niet wist van het besluit omdat het naar een ander advocatenkantoor was gestuurd, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt. Bovendien had verzoeker op 11 oktober 2023 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf.

De rechtbank concludeerde dat het beroep niet-ontvankelijk zou zijn verklaard wegens gebrek aan procesbelang als het niet was ingetrokken. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd daarom afgewezen als kennelijk ongegrond.

Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.5325

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 13 februari 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 11 juli 2022.
Bij besluit van 4 oktober 2023 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker ingewilligd.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Verzoeker heeft op 13 februari 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 11 juli 2022. De rechtbank stelt vast dat verweerder de asielaanvraag van verzoeker echter al op 4 oktober 2023 heeft ingewilligd. Verzoeker had in zoverre geen procesbelang bij het beroep.
3. Verzoeker stelt dat het beroep wegens het niet tijdig beslissen terecht is ingediend, omdat hij niet wist dat er al een besluit was genomen. De inwilligende beschikking is volgens hem naar een ander advocatenkantoor verzonden door verweerder. Verzoekers vorige gemachtigde heeft op 31 augustus 2023 nog correcties en aanvullingen op het nader gehoor ingediend. Verweerder heeft vervolgens het inwilligend besluit naar diezelfde gemachtigde verzonden op 4 oktober 2023.
4. De rechtbank merkt bovendien op dat verzoeker op 11 oktober 2023 een aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis heeft ingediend. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat verweerder het besluit naar een onjuist adres heeft verzonden dan wel dat verzoeker niet wist dat op zijn asielaanvraag al inwilligend was beslist.
5. Het beroep zou niet-ontvankelijk zijn verklaard, als verzoeker het beroep niet had ingetrokken, wegens het gebrek aan procesbelang. Hieruit volgt dat het verzoek van verzoeker om verweerder te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen als kennelijk ongegrond.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan op 21 juli 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van S.A. Sewratan, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.