Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. G.S.S. de Kok),
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een maatregel van bewaring die op 27 juni 2025 door de minister van Asiel en Migratie is opgelegd op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 9 juli 2025 en beoordeeld of de staandehouding, overdracht, en de bewaring zelf rechtmatig waren.
De rechtbank constateerde enkele onvolkomenheden in het proces-verbaal van de staandehouding, maar oordeelde dat deze niet tot onrechtmatigheid leiden omdat de relevante gegevens uit andere stukken voldoende blijken. Ook de betwisting van de rechtmatigheid van de overdracht vanuit Zwitserland slaagde niet, aangezien de rechtmatigheid van die overdracht niet in deze procedure kan worden beoordeeld en de Nederlandse procedure correct werd gevolgd.
De rechtbank stelde vast dat de zware en lichte gronden voor bewaring, waaronder het risico op onttrekking aan toezicht, voldoende zijn onderbouwd en niet zijn betwist door eiser. De rechtbank oordeelde dat geen lichter middel dan bewaring effectief was en dat het zicht op uitzetting geen vereiste is voor de maatregel. Gelet op deze overwegingen werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.