Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
2.De feiten
the Commercial Court of Zaporizhzhia Regionin Oekraïne (hierna: de rechtbank Zaporizja) een procedure gestart tegen de Russische Federatie. In die procedure heeft Slavutich op grond van onrechtmatige daad een vergoeding gevorderd van de schade die zij heeft geleden doordat haar percelen zijn onteigend. De Russische Federatie is in die procedure niet verschenen. Bij verstekvonnis van 4 mei 2023 (hierna: het Rusland-vonnis) heeft de rechtbank Zaporizja de Russische Federatie veroordeeld om aan Slavutich te betalen een bedrag van UAH (Oekraïense Hryvnia) 439.243.988,76 aan schadevergoeding en een bedrag van UAH 398.499,23 aan proceskosten, in totaal gelijk aan ongeveer € 10 miljoen (ten tijde van de indiening van het verzoekschrift). Daartoe heeft de rechtbank Zaporizja overwogen dat de militaire agressie van de Russische Federatie in Oekraïne en de bezetting van bepaalde gebieden door de Russische Federatie ertoe heeft geleid dat Slavutich de vrije en onbeperkte toegang tot haar percelen is ontnomen. Ook werd het Slavutich – kort gezegd – onmogelijk gemaakt om haar eigendomsrechten ten aanzien van de percelen uit te oefenen nu zij niet over haar percelen kan beschikken, deze niet kan gebruiken en evenmin kan overdragen. De rechtbank Zaporizja oordeelde dat de Russische Federatie daarmee een inbreuk heeft gemaakt op het eigendomsrecht van Slavutich en dat de Russische Federatie op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk is voor de als gevolg daarvan door Slavutich geleden schade. Met betrekking tot het recht op immuniteit van jurisdictie van de Russische Federatie heeft de rechtbank Zaporizja geoordeeld dat de Russische Federatie geen immuniteit van jurisdictie toekomt in gevallen (zoals daar aan de orde) waarin een vergoeding wordt gevorderd voor schade als gevolg van de (militaire) agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïense burgers, omdat de Russische Federatie de soevereiniteit van Oekraïne heeft geschonden. Verder was de rechtbank Zaporizja van oordeel dat het respecteren van het recht op immuniteit van de Russische Federatie in dit geval Slavutich’ recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens zou ontnemen.
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
de factoonteigeningsproces gestart van eigendommen van Oekraïense particulieren en bedrijven. Daarbij werden eigenaren van onroerend goed (in de bezette gebieden) door deze lokale autoriteiten opgeroepen hun eigendommen te identificeren en bewijs van eigendom te overleggen aan de Russische belastingdienst. Bij niet-tijdige nakoming hiervan zouden zij hun eigendommen verliezen. De registratie van eigendommen was alleen mogelijk na verkrijging van het Russisch staatsburgerschap, dat weer zou kunnen leiden tot gedwongen deelname aan het bezettingsleger. Personen die zouden meewerken aan de identificatie van eigendommen zouden naar het recht van Oekraïne strafbaar handelen. Dit alles heeft ertoe geleid dat eigenaren van onroerend goed, waaronder Slavutich, niet anders konden dan het opgeven van hun eigendommen. De rechtbank Zaporizja heeft geoordeeld dat de acties van de Russische Federatie ertoe hebben geleid dat Slavutich de eigendom van de percelen is kwijtgeraakt. In het vervolg van het Gazprom-vonnis heeft de rechtbank Zaporizja geoordeeld dat Gazprom c.s. hoofdelijk aansprakelijk zijn voor daardoor door Slavutich geleden schade, omdat Gazprom c.s. naar Oekraïens recht kunnen worden vereenzelvigd met de Russische Federatie. Daartoe heeft de rechtbank Zaporizja onder verwijzing naar een uitspraak van het Oekraïense Hooggerechtshof te Kyiv van 20 juli 2022 [2] geoordeeld dat Gazprom c.s. niet institutioneel onafhankelijk zijn van de Russische Federatie en als het ware fungeren als instrumenten van de Russische Federatie. Hierbij heeft de rechtbank Zaporizja verder overwogen dat de eigendommen van Gazprom c.s. en de Russische Federatie weliswaar formeel zijn gescheiden, maar dat dit onderscheid er in praktisch en economisch opzicht niet is. Daarnaast heeft de rechtbank Zaporizja overwogen dat niet ter zake doet of Gazprom c.s. hebben bijgedragen aan het plegen van de onrechtmatige daad, maar dat het voldoende is dat zij onderdeel uitmaakten van (de identiteit van) de Russische Federatie op het moment dat deze de onrechtmatige gedragingen beging.
acta iure imperii) en niet wanneer hij op de voet van gelijkheid rechtsbetrekkingen is aangegaan met particulieren (
acta iure gestionis), waarvan sprake is als een staat als privaatrechtelijk rechtssubject deelneemt aan het rechtsverkeer. Bij
acta iure imperiigaat het om ‘typische overheidshandelingen’. Het onderscheid tussen
acta iure imperiien
acta iure gestionismoet worden gezocht in de aard van de handeling en niet het doel daarvan. [5]
de factoonteigeningsproces uit te voeren, waarbij eigenaren van onroerend goed werden gedwongen om hun eigendommen te registreren bij de Russische belastingdienst, bij gebreke waarvan de goederen als ‘zonder eigenaar’ zouden worden bestempeld. Naar het oordeel van de rechtbank is gelet op deze omstandigheden evident dat de aan de Russische Federatie verweten handelingen, waarvoor Gazprom hoofdelijk aansprakelijk wordt gehouden, zijn aan te merken als handelingen die zijn verricht in de uitoefening van een overheidstaak. Op geen enkele manier kan hier worden gesproken van handelen op een wijze die is te beschouwen als het op de voet van gelijkheid rechtsbetrekkingen aangaan met een particulier. Hier is onmiskenbaar sprake van (de gevolgen van) militair optreden en de (quasi-)invoering van Russische rechtsregels.
acta iure imperii), komt de Russische Federatie die voor de civiele rechter van een vreemde staat hiervoor ter verantwoording wordt geroepen immuniteit van jurisdictie toe. Indien Slavutich om erkenning en tenuitvoerlegging van het Rusland-vonnis had verzocht, had de rechtbank zich bij gebreke van rechtsmacht onbevoegd moeten verklaren.
€ 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)