ECLI:NL:RBDHA:2025:14069
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf voor gezinshereniging zonder ontheffing inburgering
Eiseres heeft een aanvraag gedaan voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar Nederlandse echtgenoot te verblijven. Deze aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan het inburgeringsvereiste en geen ontheffing kreeg. De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen deze afwijzing behandeld en beoordeeld.
De kern van het geschil betreft de vraag of eiseres ontheffing van het inburgeringsvereiste had moeten krijgen vanwege bijzondere individuele omstandigheden zoals haar hoge leeftijd, analfabetisme en gezondheidsproblemen van haar echtgenoot. Verweerder heeft geoordeeld dat eiseres onvoldoende inspanningen heeft verricht om te slagen voor het basisexamen inburgering en dat de belangen van de Nederlandse staat zwaarder wegen dan het gezinsleven van eiseres en haar echtgenoot.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het besluit zorgvuldig heeft genomen, de omstandigheden van eiseres voldoende heeft betrokken en de hoorplicht niet heeft geschonden. De rechtbank stelt dat analfabetisme niet automatisch leidt tot ontheffing en dat eiseres geen bijzondere omstandigheden heeft aangetoond die ontheffing rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.