Uitspraak
Rechtbank den haag
TEPP REAL ESTATE B.V.te Amsterdam,
1.De procedure
2.De feiten
Het creëert een prikkel om kunstmatig lage kernteamtarieven op te geven, zonder dat dit enige echte kostenbesparing oplevert voor de aanbestedende dienst
Het staat op gespannen voet met de fundamentele beginselen van het aanbestedingsrecht, waaronder het transparantiebeginsel: de werkelijke prijs (fixed fee) speelt geen rol in de beoordeling
Het leidt tot strategisch bieden zonder reële economische onderbouwing
De beoordelingsmethodiek leidt niet tot het identificeren van de economisch meest voordelige inschrijving, gelet op de beste prijs-kwaliteitverhouding (wat wel het doel is van deze aanbesteding)
Er is geen direct verband tussen de fictieve prijsvergelijking en de werkelijke kosten voor de aanbestedende dienst
De hoogste kwaliteit wordt ten onrechte niet beloond
3.Het geschil
- NTB niet-ontvankelijk te verklaren, althans haar vorderingen af te wijzen;
- voorwaardelijk: het RVB te gebieden de Opdracht, voor zover zij die nog wenst te gunnen, aan de Combinatie te gunnen, en
- NTB te veroordelen in de proceskosten van de hoofdzaak.
4.De beoordeling in het incident
5.De beoordeling van het geschil
Opdrachtgever [bedoeld is: Opdrachtnemer] voert de Diensten uit met een budget van maximaal € 1.660.000,- per kalenderjaar exclusief BTW. Dit budget bestaat uit de jaarlijkse omzet van de huurinkomsten. Met dit budget worden onder andere personeelskosten bekostigd zoals omschreven in de Werkomschrijving. De prijs wordt jaarlijks vastgesteld in het jaarplan zoals beschreven in de Werkomschrijving.”In de Werkomschrijving is bepaald dat de Opdrachtnemer voor onder meer het budget Personeelskosten telkens een
voorstel in de begroting(onderstreping vzr) doet. Verder volgt uit paragraaf 4.2.1.2 van de Aanbestedingsleidraad (Prijzenblad “Uurtarieven’) dat de “
overige personeelskosten” tijdens het opstellen van het jaarplan aan het Rijksvastgoedbedrijf
dienen te worden voorgelegd. Het gegeven dat in de Dienstverleningsovereenkomst is opgenomen dat het budget
maximaal€ 1.660.000,- bedraagt, en het gegeven dat uit de werkomschrijving en het prijzenblad Uurtarieven volgt dat er een begrotingsvoorstel gedaan moet worden, maakt dat het voor een behoorlijk geïnformeerd en normaal oplettende inschrijver duidelijk had moeten zijn dat een opdrachtnemer niet automatisch elk jaar het gehele personeelsbudget van € 1.140.000,- zal ontvangen. Slechts het budget voor het kernteam zoals voortvloeiend uit de opdracht is een vast gegeven, terwijl voor het overige personeel in de begroting een bedrag dient te worden opgenomen met nadere onderbouwing, waarna die begroting zal worden beoordeeld, en zo nodig zal moeten worden aangepast alvorens te worden geaccordeerd door het RVB.