ECLI:NL:RBDHA:2025:1410
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening uitstel vertrek wegens nieuwe medicatie en aanvullend medisch advies
Verzoeker heeft tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie beroep ingesteld vanwege afwijzing van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De voorzieningenrechter behandelde op 9 januari 2025 het verzoek om een voorlopige voorziening, waarbij bleek dat verzoeker sinds februari 2024 nieuwe medicatie gebruikt voor zijn posttraumatische stressstoornis.
Het Bureau Medische Advisering (BMA) had eerder een advies uitgebracht op basis van oude medicatie, waardoor een aanvullend advies noodzakelijk is. Verweerder verzette zich niet tegen de voorlopige voorziening, omdat dit ruimte biedt voor een nieuw BMA-advies.
De voorzieningenrechter besloot daarom de rechtsgevolgen van het bestreden besluit te schorsen tot een week na de uitspraak op het beroep, waarbij verzoeker zijn recht op opvang en voorzieningen behoudt. Verzoeker krijgt geen proceskostenvergoeding vanwege het te late indienen van een aanvullende brief van zijn psychiater, wat in strijd is met de goede procesorde.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en het bestreden besluit geschorst tot een week na uitspraak op het beroep.