ECLI:NL:RBDHA:2025:14128
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voortzetting crisismaatregel wegens ontbreken ernstig nadeel
De rechtbank Den Haag heeft op 10 juli 2025 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De officier van justitie had verzocht om voortzetting van een crisismaatregel die op 5 juli 2025 was genomen ten aanzien van betrokkene, die op dat moment verbleef in een zorginstelling.
Tijdens de mondelinge behandeling werd duidelijk dat betrokkene zich in een verbeterde toestand bevindt. Betrokkene gaf aan behoefte te hebben aan rust en reflectie en toonde zelfinzicht in zijn gedragsuitingen. De arts-assistent verklaarde dat betrokkene geen suïcidale neigingen vertoont en dat eerdere uitingen vooral voortkwamen uit frustratie en een roep om hulp. De begeleiding verwacht dat betrokkene beter af is in een rustiger woonvorm met intensieve begeleiding.
De rechtbank overwoog dat verplichte zorg als uiterste middel alleen kan worden toegepast indien er sprake is van ernstig nadeel door een psychiatrische stoornis. Nu dit niet het geval is en een opname in de huidige prikkelrijke omgeving averechts kan werken, werd het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel is afgewezen wegens het ontbreken van een psychiatrisch toestandsbeeld dat leidt tot ernstig nadeel.