ECLI:NL:RBDHA:2025:14137
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot machtiging verplichte zorg wegens onvoldoende ernstig nadeel
De officier van justitie heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene. De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 2 juli 2025, waarbij betrokkene niet bereid was zich te laten horen en de zitting buiten haar aanwezigheid is voortgezet.
De advocaat van betrokkene voerde aan dat uit de stukken niet blijkt dat betrokkene overlast veroorzaakt en betwistte het bestaan van ernstig nadeel. De ambulant psychiatrisch hulpverlener meldde dat betrokkene zich isoleert, paranoïde ideeën vertoont, geen medicatie gebruikt, overlast veroorzaakt bij buren en agressief gedrag vertoont.
De rechtbank oordeelde dat het gestelde ernstig nadeel onvoldoende is geconcretiseerd en dat niet is gebleken dat het ernstige nadeel zich heeft geëffectueerd. Er zijn geen meldingen van derden en geen justitiële documentatie. Gezien deze feiten is niet voldaan aan de wettelijke criteria voor het toewijzen van het verzoek. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot machtiging tot verplichte zorg af.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging tot het verlenen van verplichte zorg wordt afgewezen wegens onvoldoende geconcretiseerd ernstig nadeel.