ECLI:NL:RBDHA:2025:14162
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielbesluit
Verzoeker diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Op 28 april 2025 nam de minister alsnog een besluit op de aanvraag, waarna verzoeker zijn beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep door alsnog te beslissen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Proceskosten bestuursrecht werd het verzoek tot proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toegewezen.
De rechtbank hanteerde een wegingsfactor van 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak en kende een vergoeding toe van € 453,50. Er waren geen andere vergoedbare kosten gemaakt. De uitspraak werd gedaan zonder zitting.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 453,50 aan proceskosten.