ECLI:NL:RBDHA:2025:14171
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen maatregel van bewaring wegens zicht op uitzetting naar Marokko
De minister van Asiel en Migratie heeft op 24 april 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel was reeds eerder op 13 mei 2025 getoetst en toen rechtmatig bevonden. De rechtbank beoordeelt nu of de maatregel sinds 6 mei 2025 onrechtmatig is geworden.
Eiser voert aan dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn omdat hij niet beschikt over identiteits- en reisdocumenten, en dat de maatregel daardoor haar doel mist en als strafmaatregel wordt gebruikt. De rechtbank oordeelt dat zicht op uitzetting naar Marokko in het algemeen niet ontbreekt en dat uit de voortgangsrapportage blijkt dat een laissez-passer aanvraag bij de Marokkaanse autoriteiten nog loopt. Er is geen aanwijzing dat de autoriteiten niet meewerken of geen laissez-passer zullen afgeven.
De minister heeft maandelijks gerappelleerd, laatst op 4 juli 2025. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat in zijn persoonlijke situatie geen zicht op uitzetting bestaat. De rechtbank ziet geen reden om de maatregel als onrechtmatig te beoordelen en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen rechtsmiddel tegen deze uitspraak mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard vanwege voldoende zicht op uitzetting naar Marokko.