ECLI:NL:RBDHA:2025:14181
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en homoseksualiteit
Eiser, een Marokkaanse asielzoeker, diende in juni 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op basis van zijn homoseksualiteit en de daaruit voortvloeiende problemen met zijn familie. Hij stelde dat hij vanwege zijn seksuele gerichtheid was verstoten en vluchtte naar Nederland. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser zijn identiteit niet aannemelijk had gemaakt en zijn verklaringen over zijn homoseksualiteit als vaag en tegenstrijdig werden beoordeeld.
Eiser voerde in beroep aan dat zijn beperkte referentiekader en detentiesituatie het moeilijk maakten om bewijs te leveren en dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met zijn medische klachten. De rechtbank oordeelde echter dat de minister de beoordeling voldoende had gemotiveerd en dat eiser onvoldoende had onderbouwd waarom zijn verklaringen geloofwaardig zouden zijn. Ook de gestelde medische klachten werden door de minister betrokken en beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat de minister terecht heeft geoordeeld dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter W. Loof en griffier B. Göbel op 30 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardige identiteit en homoseksualiteit.