De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen, ingediend door de gecertificeerde instelling. De kinderrechter baseert zich op eerdere beschikking en recente rapportages waarin ernstige zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder worden beschreven.
De moeder toont inzet maar is onvoldoende consistent in haar handelen, waardoor de veiligheid en duidelijkheid voor de kinderen in gevaar komen. Er is sprake van een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen, vooral door het gedrag van de oudste minderjarige die intensieve begeleiding nodig heeft. De moeder is structureel afhankelijk van hulpverlening en heeft beperkte draagkracht.
De vader is niet betrokken bij de hulpverlening en onderhoudt geen contact met de kinderen. Een incident met een onbekende man onderstreept de noodzaak van toezicht. De moeder voert verweer en stelt dat de situatie verbeterd is en zij zelfstandig hulp kan regelen, maar de kinderrechter oordeelt dat de situatie nog niet stabiel genoeg is voor een vrijwillig kader.
De kinderrechter besluit de ondertoezichtstelling te verlengen voor zes maanden en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, zodat de maatregel direct geldt. Het vonnis is op 23 juli 2025 uitgesproken door kinderrechter A.P. Pereira Horta.