De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de oma moederszijde voor de duur van een jaar. De minderjarige is opgegroeid in een fysiek en emotioneel onveilige omgeving met huiselijk geweld, schulden en mogelijk middelengebruik bij de moeder. Ondanks vrijwillige hulpverlening is onvoldoende verbetering bereikt.
De moeder erkent haar problematiek en is gemotiveerd om te werken aan herstel, maar is momenteel niet in staat de zorg en opvoeding te bieden. De minderjarige verblijft sinds enkele maanden bij de oma, waar hij zich goed ontwikkelt. De kinderrechter oordeelt dat ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing noodzakelijk zijn voor de veiligheid en stabiliteit van de minderjarige.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geldt direct. De moeder dient haar problematiek aan te pakken en er moeten duidelijke afspraken komen over het contact tussen haar en de minderjarige. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.