Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Op 18 april 2025 werd verdachte verdacht van het vervoeren en bezitten van ongeveer 4,18 kilogram cocaïne in Rijswijk. De rechtbank stelde vast dat een zwarte rugtas met cocaïne in de struiken was aangetroffen, maar kon niet met voldoende zekerheid vaststellen dat verdachte deze rugtas daadwerkelijk in bezit had. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het bezit en vervoer van deze grote hoeveelheid cocaïne.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte een balletje aluminiumfolie met 0,5 gram cocaïne bij zich had, waarvan hij het bezit niet heeft ontkend. Gezien zijn eerdere veroordelingen voor soortgelijke delicten en de ernst van het feit, veroordeelde de rechtbank hem tot een gevangenisstraf van 93 dagen, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest had doorgebracht.
De officier van justitie had een gevangenisstraf van 36 maanden geëist, maar de rechtbank vond dit disproportioneel gezien de vrijspraak voor het grotere bezit. Daarnaast werd de inbeslaggenomen Volkswagen Up! niet verbeurd verklaard en teruggegeven aan verdachte, omdat er onvoldoende verband was met het bewezen verklaarde feit.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 31 juli 2025, waarbij de rechtbank een zorgvuldige afweging maakte tussen bewijs, eerdere veroordelingen en strafmaat.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van groot bezit cocaïne, veroordeeld tot 93 dagen gevangenisstraf voor klein bezit van 0,5 gram cocaïne.