ECLI:NL:RBDHA:2025:14207
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens besluit minister
Verzoeker diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Op 16 mei 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet is gekomen aan het beroep, waardoor toewijzing van het verzoek om proceskostenvergoeding passend is. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener inschakelde en de zaak van licht gewicht was, werd een wegingsfactor van 0,5 toegepast op het standaardbedrag.
De rechtbank veroordeelde de minister tot betaling van € 453,50 aan proceskosten. Er was geen aanleiding tot het houden van een zitting, en de minister had niet gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoeker.