ECLI:NL:RBDHA:2025:14215
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 22 juli 2025 te Groningen. Verzoekster was aanwezig met gemachtigde en tolk, de minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Na het onderzoek ter zitting werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed over het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.G.D. Overmars en is openbaar gemaakt op 31 juli 2025. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan over het beroep.