Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 30 juli 2025 uitspraak gedaan in een asielprocedure. Eiser, een Burundese nationaliteit, heeft op 3 november 2022 een asielaanvraag ingediend, die door de minister van Asiel en Migratie op 3 oktober 2024 is afgewezen. Eiser stelt dat hij problemen heeft ondervonden van de Imbonerakure, de jongerentak van de CNDD-FFD partij, die hem en zijn vader in 2017 hebben bedreigd. Eiser heeft verklaard dat zijn vader is ontvoerd en later is vermoord, wat hem heeft doen besluiten om Burundi te verlaten. Na een tijdelijke terugkeer naar Burundi in 2021, heeft eiser opnieuw problemen ervaren met de Imbonerakure, wat zijn vrees voor vervolging bij terugkeer naar Burundi versterkt.
De rechtbank heeft het beroep van eiser op 9 mei 2025 behandeld. Eiser was aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde, en de verweerder was vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft de verklaringen van eiser over zijn identiteit en de problemen met de Imbonerakure beoordeeld, maar heeft geconcludeerd dat deze niet geloofwaardig zijn. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de asielaanvraag heeft afgewezen en een terugkeerbesluit heeft uitgevaardigd. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling en heeft het beroep ongegrond verklaard.
De uitspraak is openbaar gemaakt en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van de uitspraak.