Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Burundese nationaliteit, diende op 3 november 2022 een asielaanvraag in met het argument dat hij vanwege bedreigingen en moord op zijn vader door de Imbonerakure moest vluchten. Na terugkeer in 2021 en een bezoek aan zijn geboorteplaats in 2022, werd hij opnieuw benaderd door de Imbonerakure, waarna hij definitief vertrok.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de gestelde problemen met de Imbonerakure. De rechtbank behandelde het beroep op 9 mei 2025 en oordeelde dat de verklaringen van eiser over zijn identiteit en nationaliteit wel werden gevolgd, maar zijn vrees onvoldoende geloofwaardig was.
De rechtbank motiveerde dat het gedrag van eiser, zoals het terugkeren naar Burundi ondanks de vermeende dreiging, het registreren van zijn kind in een gebied met Imbonerakure-invloed, en het niet direct vertrekken na waarschuwingen, niet strookte met de ernst van zijn vrees. Ook werden inconsistenties en onvoldoende onderbouwing van zijn verhaal vastgesteld.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid van de vrees voor de Imbonerakure.