ECLI:NL:RBDHA:2025:14239

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 juli 2025
Publicatiedatum
31 juli 2025
Zaaknummer
NL24.39491
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag van Burundese eiser wegens ongeloofwaardige problemen met Imbonerakure en terugkeerbesluit

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 30 juli 2025 uitspraak gedaan in een asielprocedure. Eiser, een Burundese nationaliteit, heeft op 3 november 2022 een asielaanvraag ingediend, die door de minister van Asiel en Migratie op 3 oktober 2024 is afgewezen. Eiser stelt dat hij problemen heeft ondervonden van de Imbonerakure, de jongerentak van de CNDD-FFD partij, die hem en zijn vader in 2017 hebben bedreigd. Eiser heeft verklaard dat zijn vader is ontvoerd en later is vermoord, wat hem heeft doen besluiten om Burundi te verlaten. Na een tijdelijke terugkeer naar Burundi in 2021, heeft eiser opnieuw problemen ervaren met de Imbonerakure, wat zijn vrees voor vervolging bij terugkeer naar Burundi versterkt.

De rechtbank heeft het beroep van eiser op 9 mei 2025 behandeld. Eiser was aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde, en de verweerder was vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft de verklaringen van eiser over zijn identiteit en de problemen met de Imbonerakure beoordeeld, maar heeft geconcludeerd dat deze niet geloofwaardig zijn. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de asielaanvraag heeft afgewezen en een terugkeerbesluit heeft uitgevaardigd. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling en heeft het beroep ongegrond verklaard.

De uitspraak is openbaar gemaakt en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van de uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.39491

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. W.M.A. van Hoof).

Procesverloop

Bij besluit van 3 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond. [1]
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 9 mei 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1988 en de Burundese nationaliteit te hebben. Hij heeft op 3 november 2022 een asielaanvraag ingediend. Hieraan heeft hij ten grondslag gelegd dat de Imbonerakure, de jongerentak van de CNDD-FFD [2] partij, op 10 maart 2017 bij eiser thuis in Bukeye is geweest om naar hem en zijn vader te vragen. Eisers vader was namelijk lid van de MSD [3] partij, de oppositie. Eiser heeft kunnen vluchten, maar zijn vader is meegenomen en later vermoord. Om die reden heeft eiser Burundi in maart 2017 verlaten. Nadat eiser in juli 2021 is teruggekeerd naar Burundi vanwege zijn zieke moeder en later naar zijn geboorteplaats is gegaan om zijn kind te registreren, is hij wederom bezocht door de Imbonerakure in juli 2022. Na een waarschuwing van een vriend van eiser is hij in september 2022 definitief vertrokken uit Burundi. Na eisers vertrek, is zijn broer en zijn echtgenote tweemaal benaderd door Imbonerakure en hebben gevraagd naar eiser. Eiser vreest bij terugkeer naar Burundi om vermoord te worden door de Imbonerakure.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Daarbij volgt verweerder eisers verklaringen over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst. De gestelde problemen met de Imbonerakure worden echter niet geloofwaardig geacht.
3. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte de gestelde problemen met Imbonerakure ongeloofwaardig heeft geacht. Eiser heeft namelijk helder, consistent en gedetailleerd verklaard over de gebeurtenissen op 10 maart 2017. In de omstandigheid dat eiser is mee gaan zoeken naar zijn vader nadat hij was ontvoerd, is onvoldoende rekening gehouden met de impact die deze situatie had op eiser, waarbij hij vanuit veel emotie heeft gehandeld. Daarnaast is eiser in 2021 op verzoek van zijn moeder teruggekeerd, omdat zij erg ziek was. Zijn moeder gaf aan dat het rustig was, zodat eiser geen risico zou lopen als hij weer zou terugkeren. Uit veiligheidsoverwegingen is hij naar Bujumbura teruggekeerd, omdat dit een grotere stad betrof dan waar zijn moeder verbleef. Eiser is voor één dag teruggekeerd naar Bukeye om te trouwen, omdat dit niet mogelijk was in een andere stad. Verder werd eisers kind ziek en is het daarom gelukt om het kind in te schrijven zonder partijkaart. Dat eiser in 2022 niet alsnog is vermoord door Imbonerakure komt doordat zij nog onderzoek moesten verrichten of eiser wel de juiste persoon is. Daarnaast waren de personen die een huisbezoek hebben gebracht slechts voorverkenners. Verweerder heeft verder miskent dat eiser na de waarschuwing van een vriend meteen is ondergedoken in een andere gemeente. Ook miskent verweerder dat het paspoort dat hij heeft verkregen door een andere persoon is aangevraagd en opgehaald, zodat hij hiermee op legale wijze heeft kunnen uitreizen. Verder werpt verweerder ten onrechte tegen dat onduidelijk is op welke wijze eiser een overlijdensakte van zijn vader heeft kunnen krijgen. Tot slot heeft verweerder ten onrechte een terugkeerbesluit uitgevaardigd, aldus eiser.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Problemen met Imbonerakure
4. Verweerder heeft in het voornemen en het bestreden besluit gemotiveerd uiteengezet dat het ongerijmd is dat eiser zijn vader is gaan zoeken, nadat de Imbonerakure hem hebben meegenomen. Eiser heeft verklaard dat de Imbonerakure juist op zoek waren naar hem [4] , zodat niet wordt ingezien waarom eiser de volgende dag terug is gegaan naar huis en hij mee is gaan zoeken naar zijn vader. Dat de situatie een impact heeft gehad op eisers gemoedstoestand en hij niet zichtbaar heeft meegezocht, maakt het voorgaande niet anders. Daar komt bij dat eiser pas twee dagen na de gebeurtenis, op advies van zijn moeder, is vertrokken, zodat verweerder dit terecht aan eiser heeft tegengeworpen. Dat geldt ook voor eisers terugkeer naar Burundi in 2021. Eiser heeft verklaard dat hij vanwege zijn zieke moeder is teruggekeerd naar Bujumbura en niet zijn geboorteplaats Bukeye, omdat het gevaarlijk zou zijn. [5] Dat hij daarna voor één dag is teruggekeerd naar Bukeye en de aandacht van de Imbonerakure in de afgelopen jaren is verschoven, is niet te rijmen met de gestelde vrees die ten grondslag is gelegd aan eisers asielaanvraag.
5. Verder heeft eiser verklaard dat hij op de hoogte was van de banden die de Imbonerakure heeft met het wijkhoofd van Bujumbura [6] , zodat het onbegrijpelijk is waarom hij aldaar zijn tweede kind heeft proberen te registreren. Ook werpt verweerder terecht aan eiser tegen dat hij niet kan uitleggen dat hij zijn tweede kind niet heeft kunnen laten registreren, maar wel geboorteakten heeft kunnen verkrijgen. Dat het kind ziek was en het daarom was gelukt om het te registeren zonder partijkaart is verder niet onderbouwd. Verder laat eiser ook na te onderbouwen dat de Imbonerakure onderzoek naar hem deden nadat hij heeft geprobeerd zijn tweede kind te registreren. Daar komt bij dat deze gestelde vrees er niet toe heeft geleid dat eiser Burundi direct heeft verlaten, waar verweerder zich niet ten onterecht op het standpunt stelt dat dit afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn asielrelaas. Ditzelfde geldt voor de periode waarin eiser stelt te hebben ondergedoken, nadat hij een waarschuwing heeft ontvangen van een vriend die stelde dat de Imbonerakure naar eiser op zoek waren. Eiser heeft ook in deze omstandigheid geen reden gezien om Burundi direct te verlaten. De stelling dat een persoon die ondergedoken is niet direct gevonden zal worden, maakt het voorgaande niet anders. Hierbij is nog van belang dat eiser heeft verklaard dat de Imbonerakure hem overal kunnen vinden. [7]
6. Eiser heeft verder verklaard dat hij in september 2022 een paspoort heeft aangevraagd in Bujumbara, waarbij hij een pasfoto, een kopie van zijn identiteitskaart en een document waarop al zijn persoonsgegevens staan, heeft overgelegd. [8] Dat iemand anders zijn paspoort heeft geregeld en eiser enig risico heeft genomen om enkel een pasfoto te maken en een handtekening te plaatsen, wordt dan ook niet gevolgd. Daarnaast werpt verweerder terecht aan eiser tegen dat hij niet weet wie hij op het vliegveld tegen zal komen van de Imbonerakure, zodat de opmerking dat niet iedereen bij Imbonerakure slecht is verder geen doel treft.
7. Voorts stelt verweerder zich terecht op het standpunt dat de overgelegde overlijdensakte van eisers vader niet de waarde kan krijgen die eiser zou willen. Dit komt reeds door het feit dat de overgelegde overlijdensakte geen doodsoorzaak benoemt, zodat niet kan worden vastgesteld aan wie het overlijden van eisers vader is toe te rekenen. Eiser onderbouwt verder niet op welke wijze de periode in Tanzania en Kenya betrokken moeten worden bij de geloofwaardigheidsbeoordeling van zijn asielrelaas.
8. Gelet op de gemotiveerde tegenwerpingen heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de gestelde problemen met de Imbonerakure ongeloofwaardig zijn.
Terugkeerbesluit en conclusie
9. Verweerder heeft eisers asielaanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Om die reden was verweerder gehouden om een terugkeerbesluit uit te vaardigen. [9]
10. Het beroep is ongegrond.
11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 30 juli 2025 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.National Council for the Defense of Democracy–Forces for the Defense of Democracy.
3.Movement for Solidarity and Development.
4.Rapport nader gehoor van 3 november 2023, p. 5 van 22.
5.Rapport nader gehoor van 3 november 2023, p. 6 van 22.
6.Rapport nader gehoor van 3 november 2023, p. 14 van 22.
7.Rapport nader gehoor van 3 november 2023, p. 20 van 22.
8.Rapport aanmeldgehoor van 25 november 2022, p. 8 van 16.
9.Op grond van artikel 45 van de Vw.