ECLI:NL:RBDHA:2025:14257
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot proceskostenvergoeding na niet-tijdige beslissing op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Verzoekster diende een beroep in tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Op 13 mei 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoekster haar beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep door alsnog te beslissen en dat verzoekster recht had op vergoeding van proceskosten. Gezien de lichte aard van de zaak en het inschakelen van professionele juridische hulp, werd een vast bedrag toegekend met een wegingsfactor van 0,5, resulterend in €453,50.
Daarnaast werd het verzoek om vrijstelling van griffierecht vanwege betalingsonmacht toegewezen, waardoor de minister niet gehouden is tot vergoeding van griffierecht. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 30 juni 2025.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoekster wegens niet-tijdige beslissing.