Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
Procesverloop
- Lidstaten van de EU
- Lidstaten van de EER
- Australië
- Canada
- Japan
- Monaco
- Nieuw-Zeeland
- Vaticaanstad
- Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
- Verenigde Staten
- Zuid-Korea
- Zwitserland
Het oordeel van de rechtbank
very weighty reasons’ om dat verschil in behandeling te kunnen rechtvaardigen. [16] De ongelijke behandeling dient dan strikt noodzakelijk te zijn om het gestelde doel te kunnen verwezenlijken.
Zoals ik ook in […] heb aangegeven, zou invoering van een inburgeringsplicht in het buitenland voor deze groep personen, die sinds jaar en dag niet mvv-plichtig zijn, in de praktijk neer komen op het tenietdoen van deze vrijstelling, aangezien de effecten dezelfde zijn als die van de invoering van een met het mvv-vereiste vergelijkbare toelatingsdrempel. Daardoor zouden de gevolgen van de invoering van het nieuwe inburgeringsvereiste zich sterker doen gevoelen dan ten aanzien van personen, die afkomstig zijn uit landen ten aanzien waarvan het mvv-vereiste reeds geldt. Invoering van een inburgeringsplicht in het buitenland zou dan immers betekenen dat de komst van onderdanen van deze beperkte groep landen, uiteraard voor zover deze verblijf in ons land voor een niet-tijdelijk doel beogen, alsnog wordt verbonden aan voorafgaande toestemming door de Nederlandse overheid, namelijk in de vorm van een met goed gevolg afgelegd basisexamen inburgering. Deze onderdanen zouden na inreis zonder voorafgaande inburgering niet langer in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning regulier. Met mijn ambtsgenoot van Buitenlandse Zaken acht ik dat schadelijk voor onze buitenlandse en economische betrekkingen met die landen.”
very weighty reasonsdie het gemaakte onderscheid kunnen rechtvaardigen. De in de wetsgeschiedenis genoemde argumenten zijn niet-onderbouwde algemene aannames. Zo is niet genoemd en onderbouwd op basis van welke omstandigheden verweerder vindt dat de landen waarvan de onderdanen zijn vrijgesteld in sociaaleconomisch, maatschappelijk en politiek opzicht vergelijkbaar zijn met Nederland of andere Europese landen. Daarbij betrekt de rechtbank dat het een algemeen bekend feit is dat er naast overeenkomsten ook grote verschillen bestaan tussen de landen [21] onderling, maar ook in vergelijking tot Nederland. Er zijn bijvoorbeeld grote verschillen tussen Japan en Nederland in maatschappelijk opzicht. Ook is niet onderbouwd op basis van welke objectieve informatie wordt aangenomen dat onderdanen uit bijvoorbeeld Japan of Zuid-Korea geen wezenlijke problemen hebben bij de inburgering en onderdanen uit bijvoorbeeld Ethiopië of China wel. Eisers hebben terecht vraagtekens bij deze aannames van verweerder geplaatst. Vastgesteld wordt dat voor ieder land waarvan verweerder de onderdanen heeft vrijgesteld een op dat land toegespitste onderbouwing ontbreekt.
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 2.721;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187 aan eisers moet vergoeden.
mr. A.C.J. van Dooijeweert en mr. A.J. de Danschutter, leden, in aanwezigheid van
mr.R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.