Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. J.E. Herlaar).
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 4 april 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep op 2 juli 2025 behandeld.
Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt, omdat geen nieuwe laissez-passer werd aangevraagd bij de Vietnamese autoriteiten en er slechts vertrekgesprekken werden gevoerd zonder concrete stappen richting uitzetting. De rechtbank oordeelde dat verweerder wel degelijk voldoende voortvarend handelt door regelmatig vertrekgesprekken te voeren en dat eiser onvoldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit.
De rechtbank overwoog dat de maatregel tot 21 mei 2025 reeds rechtmatig was getoetst en dat alleen het voortduren daarna relevant was. Hoewel verweerder geen nieuwe lp-aanvraag indiende vanwege het ontbreken van bevestiging van de nationaliteit door Vietnam, zijn de vertrekgesprekken concrete stappen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.