ECLI:NL:RBDHA:2025:14334
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige stamconflicten en onvoldoende bewijs
Eiseres, een Iraakse vrouw, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, die door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De afwijzing was gebaseerd op het ongeloofwaardig achten van haar identiteit en persoonlijke problemen met de stammen van haar echtgenoot, die zij als asielmotieven aanvoerde.
Tijdens de zitting heeft de rechtbank vastgesteld dat de identiteit van eiseres inmiddels geloofwaardig is, maar dat de problemen met de stammen onvoldoende onderbouwd zijn. Eiseres kon onvoldoende documenten overleggen en gaf geen samenhangende en aannemelijke verklaring over het conflict en de aanleiding van haar vertrek uit Irak.
Daarnaast speelde het ontbreken van een zogenoemde vogelvrijverklaring in het dossier, die eiseres niet wilde aanleveren ondanks verzoeken van de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat dit niet in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel, omdat eiseres de enige was die over het document beschikte.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit zorgvuldig tot stand is gekomen en dat de afwijzing van de asielaanvraag terecht is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan connexiteit.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.