ECLI:NL:RBDHA:2025:14346
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ernstige redenen voor artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, heeft zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning afgewezen zien worden omdat hij wordt verdacht van het plegen van een ernstig niet-politiek misdrijf, namelijk het doden van een buurman met een machete. Verweerder heeft op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag vastgesteld dat eiser persoonlijk verantwoordelijk is voor dit misdrijf en daarom uitgesloten is van vluchtelingenbescherming.
De rechtbank beoordeelt dat het relaas van eiser, ondanks eerdere twijfel, nu geloofwaardig is en dat verweerder dit terecht als grondslag voor de 1(F)-tegenwerping mag gebruiken. Eiser heeft betoogd dat hij uit zelfverdediging handelde, maar de rechtbank oordeelt dat hij zich had kunnen onttrekken aan het conflict en dat er geen sprake is van rechtvaardiging op die grond.
De rechtbank concludeert dat verweerder de afwijzing van de asielaanvraag en de oplegging van het terugkeerbesluit, het inreisverbod en de SIS-signalering terecht heeft gedaan. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en de oplegging van het terugkeerbesluit, inreisverbod en SIS-signalering wordt ongegrond verklaard.