Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
[gedaagde sub 1]in zijn hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van
[erflater]te [woonplaats 2] ,
2.
[gedaagde sub 2]te [woonplaats 3] ,
[gedaagde sub 3]te [woonplaats 4] ,
[gedaagde sub 4]te [woonplaats 5] ,
1.Inleiding
2.De procedure
- de dagvaarding van 16 december 2024, met producties 1 tot en met 28;
- de dagvaarding van 18 december 2024, met producties 1 tot en met 28;
- de dagvaarding van 20 december 2024, met producties 1 tot en met 28;
- de conclusie van antwoord, met één productie;
- het tussenvonnis van 19 maart 2025, waarin een datum voor een mondelinge behandeling is bepaald;
- het B8-formulier van de neef en nichten van 14 mei 2025, met producties 2 en 3;
- het B8-formulier van [eiseres] , met producties 29 tot en met 40.
3.De feiten
3.De klacht
5.De beoordeling van de klacht
bekwaam.
4.Het geschil
5.De beoordeling
compleet haaks” staat op het eerdere testament en dat opvalt dat zij niet bij naam worden genoemd, maar worden aangeduid als “de kinderen van mijn zus”. Er is sprake van zwaarwegende belangen. Een onterving wordt in zijn algemeenheid als ingrijpend beschouwd. Dat [eiseres] dit zo heeft ervaren, is af te leiden uit haar verklaring ter zitting.
- in mei 2015 wordt geconstateerd dat sprake is van beginnende dementie. Mijnheer merkt zelf wel dat hij enigszins vergeetachtig is, maar heeft verder geen ziekteinzicht;
- in de zomer daarna valt op dat mijnheer heel achterdochtig wordt (paranoïde), met name als het om geld gaat. De neuroloog geeft aan dat dit paranoïde gedrag kan passen bij de aard van het beestje, maar ook bij de ontwikkelende dementie;
- volgens de neuroloog zou mijnheer vanwege de achterdocht bij de dementie die optreedt wilsonbekwaam kunnen worden verklaard, maar dat zou zijn paranoïde alleen maar voeden. De bestaande volmacht kan ook gewoon functioneren;
- inmiddels wordt geregeld dat mijnheer meer zorg en begeleiding kan krijgen, op grond van een WIz indicatie die inmiddels met hulp / informatie van de huisarts door het CIZ is gesteld: VV5 intensieve dementiezorg. (..);
- in juli 2015 belt mijnheer verward de huisarts, dat er ‘vervelende dingen gebeuren’ met veel achterdocht jegens mevrouw (…), zijn echtgenote en de praktijkondersteuner van de huisarts;
- op 11 augustus 2015 wordt mijnheer gezien voor een intake, opdat een sociaal psychiatrisch verpleegkundige mijnheer en mevrouw kan begeleiden met raad en advies, gelet op het te verwachten vorderende ziektebeeld;
- op 18 augustus belt mijnheer de huisarts met de vraag of hij ondanks zijn dementie kan scheiden. (…). Wél wordt mijnheer nu (na bespreking huisarts en casemanager) door de GGZ begeleid voor nadere diagnostiek en behandelbeleid;
- de begeleiding van de GGZ volstaat niet, mijnheer wordt overgedragen aan [instelling 1] in Den Haag, waar hij van 19 november 2015 tot 16 februari 2016 in behandeling is. (…). [instelling 1] constateert dat vooral sprake is van dementie door Alzheimer. Mijnheer zelf kan dit nog steeds niet geloven, maar ziet toch af van nader onderzoek.
duidelijk paranoïde” is. Op basis van de hem beschikbare stukken stelt [naam 1] vast dat erflater vanaf het voorjaar 2015 toenemend dement was en in juni 2016 niet in staat was zijn wil te bepalen. Gelet op het ziektebeeld, de nadrukkelijk bestaande paranoïde bij vorderende dementie en het ontbrekende ziekte-inzicht, is erflater medisch gezien niet wilsbekwaam geweest in juni 2016 om zijn eerdere testament te herroepen en te wijzigen in een nieuw testament. Erflater was ook niet in staat de reikwijdte en gevolgen van zijn beslissing te overzien. Erflater uitte een wil, maar was dienaangaande niet wilsbekwaam, aldus steeds [naam 1] .
- mevrouw [naam 2] (verzorgende van beroep die erflater 40 jaar heeft gekend) dat zij erflater steeds dementer vond worden (hij begreep veel dingen niet meer, sprak verward en was bang dat iemand zijn pilsje zou opdrinken) en dat er een hoge zorgindicatie was afgegeven;
- mevrouw [naam 3] (petekind van erflater): “
- mevrouw [naam 4] (nicht van [eiseres] ): “[erflater]
- de heer [naam 5] : “
redelijkewaardering van de betrokken belangen belette. In dit geding staat niet het handelen van de notaris ter beoordeling. De Kamer voor het notariaat heeft dit handelen beoordeeld (vgl. 3.5). De rechtbank is uiteraard niet gebonden aan het oordeel van de notaris over de wilsbekwaamheid van erflater. De neef en de nichten hebben het oordeel van de notaris – zo begrijpt de rechtbank – naar voren gebracht om de conclusies van [naam 1] te ontkrachten. [eiseres] heeft in dat verband naar voren gebracht dat erflater zich eerder bij een andere notaris had gemeld, die hem heeft weggestuurd. Dit is niet bestreden, maar ook aan de (veronderstelde) beoordeling van de wilsbekwaamheid door die notaris is de rechtbank uiteraard niet gebonden.