ECLI:NL:RBDHA:2025:14356
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot proceskostenvergoeding na niet-tijdige beslissing op verblijfsvergunning
Verzoeker diende een beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning. Op 21 mei 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep door alsnog te beslissen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Proceskosten bestuursrecht kon de minister worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Gezien het lichte gewicht van de zaak en het inschakelen van een professionele hulpverlener, stelde de rechtbank de vergoeding vast op €453,50, waarbij een wegingsfactor van 0,5 werd toegepast. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is openbaar bekendgemaakt op 24 juli 2025.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoeker.