In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 10 december 2024 waarin een beslistermijn van acht weken werd gesteld, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. De minister heeft binnen deze termijn geen besluit genomen, waardoor het beroep ontvankelijk en gegrond is verklaard.
De rechtbank draagt de minister op binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 250,- per dag opgelegd voor iedere dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van € 37.500,-. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en een deel van de proceskosten van eiser.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.M. Pattynama, en is uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2025.