Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van4 juli 2025 in de zaken tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres,
de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
mr. [naam 2] verschenen.
Beslissing
Overwegingen
18 augustus 2024 heeft ingevoerd. Het niet opmerken hiervan komt voor rekening en risico van eiseres. Dat eiseres de intentie had om de tijdelijke parkeervergunning opnieuw voor een maand aan te vragen, kan niet tot het oordeel leiden dat de naheffingsaanslagen onterecht zijn opgelegd. Parkeerbelasting is immers een objectieve belasting, waarbij opzet en schuld geen rol spelen en in beginsel geen rekening wordt gehouden met persoonlijke omstandigheden. Dit is slechts anders als sprake is van een acute noodsituatie waardoor de parkeerder niet in staat was om (tijdig) parkeerbelasting te betalen. Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval geen sprake van een dergelijke overmachtssituatie.
mr. G.E. Brummel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2025.