ECLI:NL:RBDHA:2025:14396
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar en status brief UWV in WIA-uitkeringszaak
Eiseres vroeg een WIA-uitkering aan, welke door het UWV werd afgewezen in een primair besluit van maart 2024. Na intrekking volgden twee nieuwe besluiten. Eiseres maakte bezwaar tegen het eerste primaire besluit, maar zonder gronden te geven. Het UWV verzocht haar meerdere malen om de gronden aan te vullen, maar zij reageerde niet adequaat. Daarom verklaarde het UWV het bezwaar niet-ontvankelijk.
Eiseres stelde dat een brief van het UWV van 3 oktober 2024 een besluit was waartegen zij bezwaar maakte. Het UWV stelde dat deze brief slechts een informatieve toelichting was en geen besluit. De rechtbank oordeelde dat de brief geen besluit is in de zin van de Awb en dat het bezwaar tegen deze brief terecht niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank concludeerde dat het UWV voldoende gelegenheid heeft geboden om het bezwaar te onderbouwen en dat de brief van 3 oktober 2024 geen rechtsgevolg heeft. Het beroep van eiseres tegen de beslissingen van het UWV is daarom ongegrond. Tevens werd vastgesteld dat eiseres geen bezwaar of beroep had ingesteld tegen de latere primaire besluiten, die daardoor in rechte vaststaan.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beslissingen van het UWV wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering blijft gehandhaafd.