Eiser, die in Frankrijk heeft gewerkt en daarna naar Nederland is teruggekeerd, heeft meerdere keren een WW-uitkering aangevraagd. Verweerder heeft deze aanvragen telkens afgewezen omdat eiser niet voldoet aan de wettelijke wekeneis van minimaal 26 weken arbeid in de 36 weken voorafgaand aan de eerste werkloosheidsdag.
Eiser betoogt dat zijn arbeidsverleden in Frankrijk moet worden meegeteld en dat hij volgens zijn berekening aan de wekeneis voldoet. Verweerder stelt dat eiser geen WW-uitkering uit Frankrijk heeft ontvangen of aangevraagd, waardoor er geen recht op voortzetting van die uitkering in Nederland bestaat. Daarnaast is de berekening van de wekeneis correct toegepast op de juiste referteperiodes.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de wekeneis juist heeft berekend en gemotiveerd. Het standpunt van eiser dat verweerder fouten heeft gemaakt bij de berekening wordt verworpen omdat eiser dagen in plaats van weken telt. Ook is vastgesteld dat eiser geen uitkering uit Frankrijk ontvangt die in Nederland kan worden voortgezet.
Daarom is het beroep ongegrond en wordt de weigering van de WW-uitkering bevestigd. Eiser krijgt geen griffierecht terug en er zijn geen proceskosten toe te wijzen.