Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: G. Kleinegris).
Inleiding
Overwegingen
Welke nadere beslistermijn legt de rechtbank aan de minister op?
De minister heeft een verweerschrift ingediend, waarin hij enkel ingaat op algemene aspecten over het werken volgens het fifo-principe.. De rechtbank heeft al opgemerkt dat de minister heeft aangekondigd de aanvraag naar verwachting in juni 2025 in behandeling te nemen. Dit laat onverlet dat nog steeds onduidelijk is wanneer een besluit zal volgen. De rechtbank vindt het passend om te bepalen dat de minister binnen een termijn van acht weken na verzending van de uitspraak moet beslissen. Dit ligt anders als de minister binnen die termijn besluit tot nader onderzoek en hij dat schriftelijk aan eiseres meedeelt. In dat geval moet de minister het besluit binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak bekend maken.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;
- stelt de door de minister te betalen bestuurlijke dwangsom vast op € 1.442,-;
- draagt de minister op om binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit op de aanvraag bekend te maken dan wel aan eiseres nader onderzoek aan te bieden en dit aan eiseres mee te delen;
- draagt de minister op om, in het geval nader onderzoek wordt aangeboden, binnen twintig weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit op de aanvraag bekend te maken;
- bepaalt dat de minister aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 453,50.