Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis en familie- of gezinshereniging. De rechtbank constateert dat de minister de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank wijst het verzoek van de minister om het beroep aan te houden af, omdat dit de prikkel tot voortvarend beslissen wegneemt. De rechtbank legt de minister een termijn van acht weken op om alsnog te beslissen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000. De minister wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiser. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.M. Pattynama op 19 mei 2025.