ECLI:NL:RBDHA:2025:14458
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 4 augustus 2025 uitspraak gedaan in een verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. Z.M. Alaca, had beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie, waarin zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard en hij voor 10 jaar werd gesignaleerd in de systemen E&S en SIS. Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat hij niet zou worden uitgezet voordat op zijn beroep was beslist. De voorzieningenrechter heeft echter vastgesteld dat het beroep, dat betrekking had op dezelfde zaak, inmiddels was afgedaan. Hierdoor was de noodzaak voor een voorlopige voorziening komen te vervallen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening dan ook als kennelijk ongegrond afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing.