Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
“Nee, ja, vroeger 100 euro ofzo. Niet dat ik kan vertellen van joh ik 50.000 euro geleend ofzo.”Volgens het Excel-overzicht bij de overeenkomst zou de verdachte op dat moment al € 110.000 hebben geleend. De rechtbank vindt mede daarom de echtheid van de later door hem overgelegde overeenkomst van geldlening niet aannemelijk.
“auto van me broer geld op me rekening”. De rechtbank overweegt dat het enkel overleggen van dit vrijwaringsbewijs niet staaft dat de € 11.500,00 een legitieme herkomst zou hebben, mede gelet op de overige vaststellingen hiervoor over de contante uitgaven door de verdachte.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
twaalf maandenpassend en geboden, met aftrek van de tijd in voorarrest (acht dagen) doorgebracht, waarvan
zes maanden voorwaardelijkmet een proeftijd van twee jaren. De rechtbank acht een voorwaardelijke gevangenisstraf passend, enerzijds om de ernst van de gepleegde feiten tot uitdrukking te brengen en anderzijds om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken.
7.De inbeslaggenomen voorwerpen
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
12 (TWAALF) MAANDEN;
6 (ZES) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegdonder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
twee jaren vastgestelde proeftijdniet schuldig maakt aan een strafbaar feit;