ECLI:NL:RBDHA:2025:14487
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Iran wegens ongeloofwaardig verhaal en late indiening
Eiseres, een Iraanse vrouw geboren in 1946, diende op 23 januari 2023 een asielaanvraag in nadat zij in Iran een demonstratie had geholpen door vluchtelingen te faciliteren. Zij stelde dat zij door de Iraanse autoriteiten werd gezocht en vreest vervolging bij terugkeer. De minister wees de aanvraag op 11 juni 2025 af als kennelijk ongegrond omdat eiseres niet onmiddellijk asiel had aangevraagd en het verhaal niet geloofwaardig was.
De rechtbank behandelde het beroep op 17 juli 2025 en oordeelde dat de verklaringen van eiseres onvoldoende samenhangend en aannemelijk waren. Zij had onvoldoende bewijs geleverd voor het verband tussen de gebeurtenissen, de bedreigingen en haar vermeende hulp aan demonstranten. Ook was het niet aannemelijk dat het SMS-bericht daadwerkelijk van de autoriteiten afkomstig was.
Verder vond de rechtbank dat eiseres haar asielaanvraag niet tijdig had ingediend zonder voldoende verschoonbare redenen. Hoewel verweerder de uitreis uit Iran niet had gemotiveerd als belemmering, was het verhaal van eiseres onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zag geen gegronde vrees voor vervolging of ernstig risico bij terugkeer. Ook een belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro was niet nodig.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de afwijzing van de asielaanvraag. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond.