ECLI:NL:RBDHA:2025:14532
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen inzake wraking en planning bestuursrechtelijke zitting
Eiser heeft bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State meerdere beroepschriften ingediend en vordert in kort geding dat de geplande zitting van 9 juli 2025 niet doorgaat, dat andere staatsraden worden aangewezen en dat de betrokken staatsraden vijf jaar geen zaken van hem behandelen. Hij stelt dat zijn recht op een eerlijk proces en effectieve rechtsmiddelen wordt geschonden door de korte spreektijd en de planning zonder rekening te houden met zijn verhinderingen.
De Afdeling heeft eiser geïnformeerd dat de zitting op 9 juli 2025 uitsluitend zal dienen om te spreken over misbruik van procesrecht en ontvankelijkheid, waarna een inhoudelijke behandeling volgt. Eiser heeft de betrokken staatsraden en wrakingskamer gewraakt, maar deze wrakingen zijn afgewezen en aan eiser is een wrakingsverbod opgelegd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de planning van de zitting niet onrechtmatig is, mede omdat eiser niet tijdig schriftelijk zijn verhinderingen heeft doorgegeven. De wrakingskamer heeft geoordeeld dat er geen sprake is van schending van het recht op een eerlijk proces of onpartijdigheid. De voorzieningenrechter kan zich niet mengen in de samenstelling van de Afdeling of de wijze van zittingsorde en spreekt uit dat de vorderingen van eiser worden afgewezen.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van de Staat ter hoogte van €1.999,--, inclusief griffierecht, salaris advocaat en nakosten, te voldoen binnen veertien dagen. Bij niet-tijdige betaling volgt een verhoging en kosten van betekening.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van eiser af en veroordeelt hem in de proceskosten van €1.999,--.