ECLI:NL:RBDHA:2025:1457
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak tijdelijke bescherming en asiel
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd om de behandeling van haar beroep tegen het buiten behandeling stellen van haar aanvragen voor tijdelijke bescherming en asiel af te wachten in Nederland.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de hoofdzaak (beroep NL24.38304) inmiddels is beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Om die reden wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen.
Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de minister van Asiel en Migratie tot betaling van proceskosten aan verzoekster, vastgesteld op €907, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht voor beroepsmatige rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op 5 februari 2025 door voorzieningenrechter M.J. Schouw en griffier A.S. Hamans, en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van €907 aan proceskosten.