ECLI:NL:RBDHA:2025:14574
Rechtbank Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot faillietverklaring wegens niet-betaling huur en oplopende schulden
Verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend tot faillietverklaring van verweerder, die een winkelpand met inventaris van verzoeker had gekocht onder de voorwaarde dat de verhuurder akkoord ging met indeplaatsstelling van de huurovereenkomst. Verweerder is echter gestopt met het betalen van de huur, waardoor verzoeker de huurbetalingen heeft moeten overnemen en een regresvordering van €24.337,85 heeft opgebouwd.
Verweerder erkent de betalingsachterstanden en heeft beschermingsbewind aangevraagd vanwege problematische schulden. Hij verzocht om aanhouding van het faillissementsverzoek om een buitengerechtelijke regeling te kunnen treffen, maar verzoeker stemt hier niet mee in. De rechtbank stelt vast dat verweerder meerdere schuldeisers heeft en niet meer betaalt, waardoor de faillissementstoestand is bereikt.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker om verdere oplopende vorderingen te voorkomen zwaarder dan het belang van verweerder om een minnelijke regeling te treffen, mede omdat een dergelijke regeling niet aannemelijk is. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot faillietverklaring toe, benoemt een curator en rechter-commissaris, en spreekt het faillissement uit.
Uitkomst: Verzoek tot faillietverklaring van verweerder wordt toegewezen wegens niet-betaling en oplopende schulden.