ECLI:NL:RBDHA:2025:14711
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf en inreisverbod wegens ontbreken rechtmatig verblijf referent
Eiser, met de Egyptische nationaliteit, heeft sinds 1992 zonder verblijfsrecht in Nederland en België verbleven en is in 2019 uitgezet naar Egypte na afwijzing van zijn asielaanvragen. Hij heeft meerdere malen geprobeerd een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) te verkrijgen om als familielid bij zijn partner (de referent) in Nederland te verblijven, maar deze aanvragen zijn telkens afgewezen.
De rechtbank beoordeelt dat de referent geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft, omdat zij slechts de beroepsprocedure mag afwachten en geen verblijfsvergunning bezit. Hierdoor kan eiser op grond van het Vreemdelingenbesluit 2000 geen mvv worden verleend. Eiser heeft aangevoerd dat bijzondere omstandigheden gelden en dat hij ook verblijf bij zijn broer en diens echtgenote wenst, maar dit is niet aangevraagd in de procedure.
Verder is vastgesteld dat geen hoorzitting heeft plaatsgevonden over het bezwaar, maar de rechtbank oordeelt dat dit geen onrechtmatigheid oplevert omdat het ontbreken van rechtmatig verblijf van de referent niet kan worden hersteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf van de referent.